039. Bijbelstudie over de
VOETWASSING
- R’CHITZAT-RAG’LAYIM
,yylgr9tjyxr
Reeds vele jaren passen wij in onze beit-midrash-groep de voetwassing toe bij de viering van Pesach in gehoorzaamheid aan de nadrukkelijke opdracht van Yeshua en vormt derhalve een integraal onderdeel van onze liturgie. Na het drinken van de eerste beker tijdens de Sederviering worden volgens de traditie de handen van hem gewassen, die de leiding van de Seder heeft, want hij is deze avond een bijzondere priesterkoning. Men komt daarom tot hem met de schaal en kan. Hij staat dus niet op, maar laat zich bedienen. Althans zo gebeurt het in de traditionele Joodse gezinnen. Messiasbelijdende gelovigen horen hierbij echter het voorbeeld van Yeshua op te volgen zoals beschreven door Yochanan: “En voor het Pesachfeest, toen Yeshua wist, dat Zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de Zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde. En onder de maaltijd, toen de duivel reeds Yehuda [Judas], Shimon’s zoon Ishq’riyot [Iskariot], in het hart had gegeven Hem te verraden, stond Hij, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van G’d uitgegaan was en tot G’d heenging, van de maaltijd op, en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was. Hij kwam dan bij Shim’on Keifa [Simon Petrus]. Deze zeide tot Hem: Adoni, wilt Gij mij de voeten wassen? Yeshua antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan. Keifa zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Yeshua antwoordde hem: Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij. Shim’on Keifa zeide tot Hem: Adoni, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd! Yeshua zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein. Toen Hij dan hun voeten gewassen had en Zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij noemt Mij Meester en Heer, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Heer en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet” (]nxvy Yochanan [Johannes] 13:1-17). - In navolging van deze duidelijke opdracht die Yeshua ons heeft gegeven, ziet de leider van de Sederviering ervan af om zich de handen te laten wassen, maar staat daarentegen op, vult een kom met water, wast de voeten van de aanwezigen één voor één en droogt hen af met een handdoek. Laten wij ons nederig opstellen voor elkaar en elkaar dienen in de liefde zoals Hij ons heeft liefgehad. Zo doen wij dat reeds vele jaren en gelukkig zijn wij niet de enige groep die hiermee het voorbeeld van Yeshua opvolgt. Tot op heden zijn er verschillende kerken, waarin de voetwassing regelmatig in praktijk gebracht wordt, zoals bijvoorbeeld bij de Zevende-dags Adventisten, de Mennonieten, de Gemeente van G’d en sommige Baptistengemeenten met betrekking tot het Heilig Avondmaal, bij de Orthodoxe en Koptische Kerk met betrekking tot Witte Donderdag. Ook In de rooms-katholieke Liturgie staat op Witte Donderdag een voetwassing door de celebrant in het misboek vermeld. Het vindt in het bijzonder in kathedralen en abdijen plaats. De paus, bisschop, priester of abt wast daarbij, met een linnen schort omgordt, twaalf uitgekozen leken de voeten. Dit gebruik wordt ook nog in een aantal Limburgse kerken in ere gehouden. In de rooms-katholieke kerk wordt het wassen van andermans voeten terecht als teken van nederige naastenliefde gezien. De Zevende-dags Adventisten van de Reformatie Beweging schrijven als punt 12 van hun geloofsopvattingen: “De voetwassing is een verordening tot nederigheid, die vooraf gaat aan het Heilig Avondmaal. Het is door Christus ingesteld en is gegeven aan de christelijke kerken om nederigheid te leren, gelijkheid, broederlijke liefde en eenheid in Christus. Verzoening tussen broeders en zusters moet vooraf gaan aan deze dienst.” Ds. Doeke Land, emeritus pastor uit Dokkum, zei eens in een preek op Witte Donderdag: “En dan knielt Hij om de voeten van Zijn leerlingen te wassen. Voeten met kromme tenen en vuile nagels, platvoeten en zweetvoeten. Wij voelen grote aarzeling, alleen al bij het eraan denken. Maar Jezus raadt ons aan om het toch te doen, elkaars voeten wassen. Neerknielen voor elkaar, je handen gebruiken. Hem navolgen.” - Prachtige woorden zijn dat, echt een preek waar ik “amen!“ op kan zeggen. Toch helaas denkt daar niet iedereen zo over. Eigenlijk is het maar een piepkleine minderheid die daadwerkelijk de voetwassing toepast.
Niet letterlijk, maar
figuurlijk…
De overgrote meerderheid van de reformatorische en evangelische christenen, en helaas ook van de Messiaanse gelovigen heeft in de samenkomst nog nooit de voeten in het teiltje van hun voorganger gezet of zelf de voeten van een medegelovige gewassen en afgedroogd. Er wordt in die gemeenten weliswaar heel vaak gepreekt over de voetwassing, zeker in de lijdensweek, maar niemand wordt in deze preken aangemoedigd of opgeroepen om dat dan ook zelf maar te gaan doen. Integendeel! Het wordt juist afgeraden, als wettisch en nutteloos bestempeld en standaard volgt de uitleg dat we de oproep van Yeshua om elkander de voeten te wassen niet letterlijk moeten nemen, want Hij zou daarmee slechts bedoeld hebben dat we elkaar moeten dienen, elkaar moeten helpen, de ander uitnemender moeten achten dan onszelf. Geen teiltje met water in de kerk alsjeblieft, hou je sokken maar aan, want het gaat hier slechts om een geestelijke kwestie, het gaat slechts om je innerlijke houding, niet over uiterlijk vertoon. Klinkt logisch en de mensen hebben daar wel oren naar, maar ondertussen wordt een duidelijke opdracht van onze Heer en Meester gewoon genegeerd! Toch is dit tegenwoordig de gangbare opvatting van de meeste theologen van bijna alle denominaties. Ds. E.J. Wisselink van de Protestantse Gemeente Veldhoven zegt het in zijn preek ronduit: “Aan de vooravond van zijn lijden stelt Jezus met zijn voorbeeld van de voetwassing die vraag aan wie Hem willen volgen. Aan u, aan jou, aan mij. Het is niet de bedoeling dat we Hem letterlijk imiteren. Daarom ben ik er ook niet voor om de voetwassing vandaag de dag nog daadwerkelijk in een viering te doen. Wel dat we elkaar van dienst zijn, ook als het moeilijk wordt.” In de Betacursus over Johannes 13 staat bij vers 14 de volgende uitleg: “Jezus geeft hen geen bevel om letterlijk de voeten van elkaar te wassen. Hij geeft hen een voorbeeld van nederig dienstbetoon. De voetwassing was niet de instelling van een derde sacrament dat christenen moeten onderhouden. Het gaat hier niet om een letterlijke en uiterlijke voetwassing, maar om een geestelijke en innerlijke houding die op alle terreinen van het leven zichtbaar moet worden.” Op de website van Frisse Wateren staat een stuk met dezelfde strekking: “Als we dus gelukkig willen zijn, hier is de weg. Elkaar de voeten wassen. Het gaat hier niet om een letterlijke voetwassing. Dat blijkt alleen al uit de woorden van de Heer, wanneer Hij zegt: "Begrijpt u wat Ik u heb gedaan?" De joden waren gewoon om zich voor de hoofdmaaltijd door een slaaf de voeten te laten wassen. In Zijn laatste nacht voor Zijn kruisiging verrichtte de Heer Jezus deze dienst. Wat een voorbeeld van Zijn nederigheid en goedheid! Maar ook een voorbeeld van hoe wij elkaar te dienen hebben hier op aarde.” Klinkt heel mooi, maar hoe kunnen wij nederig zijn en elkaar dienen als wij niet eens in staat blijken te zijn om voor elkaar op de knieën te gaan om elkanders voeten te wassen? Dominee Leo Buijs van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Groningen zei in een uitzending van de IKON op Nederland 2: “Een beetje rare vertoning. Hoe zou u het vinden om de voeten van iemand anders te wassen? Of om jouw voeten te laten wassen? Het is duidelijk dat deze geschiedenis uit een hele andere wereld stamt. En toch zitten er ook voor ons hele belangrijke lessen in. De voeten van elkaar wassen… O, dat wil ik natuurlijk best. Ik wil best met dat teiltje bij u komen… Alleen in onze situatie heeft dat volgens mij weinig zin. Het gaat om de betekenis van de voetwassing; wat wil Jezus hiermee zeggen aan ons en aan de mensen van alle tijden? Jezus wil ons hierin iets leren. Je bent ongehoorzaam aan Jezus, als je de opdracht om anderen te dienen vergeet. Jouw gedrag vloekt met Jezus, als je niet ook de minste kunt zijn; als je niet telkens gericht bent op het goede en op wat een ander vooruit helpt.” Dus volgens deze dominee heeft het in onze situatie weinig zin om de voeten van elkaar te wassen. Waarom het geen zin zou hebben zegt hij daar helaas niet bij. De evangelist en bijbelleraar Jaap Fijnvandraat is daarin iets duidelijker en schrijft in de Bode des Heils: “Hij zegt hun dan, als Hij hun de voeten wast, dat zij schuldig zijn dat ook elkaar te doen. Helaas heeft men dit ook weer ‘verletterlijkt’. En zo zien we de Paus eenmaal per jaar de voeten van de pelgrims wassen. Ook de adventisten kennen zo'n letterlijke voetwassing. Maar dit is zuiver een vorm van ritualisme, of zo men wil, van wetticisme. Zo'n letterlijke handeling heeft voor ons geen zin. Wij kennen geen wassen van vuile voeten bij het binnenkomen van een huis. De bedoeling van de Heer was dat ieder van hen de minste moest willen wezen. En dat in de praktijk van het leven.” Volgens deze evangelist heeft de voetwassing voor ons dus geen zin omdat hij het wettisch en ritueel vindt. Op zijn eigen website gaat hij opnieuw in op de vraag of wij de voetwassing letterlijk moeten nemen: “Heeft het voorschrift van de voetwassing voor ons nog wel betekenis? Het gaat toch om een verouderd gebruik van voeten wassen? In het oosten behoorde de voetwassing (of het beschikbaar stellen van water om je de voeten te wassen) bij het betoon van gastvrijheid. We lezen er in de Bijbel voor het eerst van in Genesis 18:4. Door het lopen met open sandalen over de stoffige wegen werden de voeten warm, bezweet en vuil. Als je dan bij je gastheer je voeten mocht wassen of als die je de voeten liet wassen, betekende dat een 'reiniging' en een 'verkwikking'. Dat gebruik heeft in de letterlijke zin voor ons geen betekenis. Wij dragen schoenen en hebben van stof dus geen last. Toch heeft dit voorschrift voor ons wel betekenis en dat in tweeërlei zin. De eerste bedoeling van het voorschrift is: dat wij net als de Heer elkaar moeten willen dienen. Om het naar onze tijd toe te vertalen: als er een zuster ziek is en geen boodschappen kan doen dan moeten wij bereid zijn om de boodschappen te halen. Als mijn broeder ergens heen wil maar er niet kan komen, dan moeten wij bereid zijn hem er te brengen als we daartoe de mogelijkheid hebben. De handeling van de Heer heeft echter ook een diepere symbolische zin en die heeft met reiniging te maken. Daarbij hebben we aan de symbolische betekenis van water te denken. Water is een beeld van het Woord van G’d. Door dat Woord onder de werking van G’ds Geest brengt G’d verloren zondaars tot wedergeboorte. Die dienst mogen we ook aan elkaar verrichten door elkaar met het Woord van G’d te dienen. De dubbele betekenis van de voetwassing geldt dus ook voor ons, maar dan in de zin zoals hierboven aangegeven.” Dus ook in dit artikel wordt de voetwassing totaal vergeestelijkt en opnieuw zegt hij dat dit gebruik in de letterlijke zin voor ons geen betekenis zou hebben. Deze keer geeft Fijndraat als reden op dat wij nu schoenen dragen en derhalve geen last meer van stof hebben. Dat laatste mag dan wel kloppen, maar wat dacht u van zweet? Heeft u nog nooit last gehad van zweetvoeten? Ik wel en ik kan uit ervaring over meepraten hoe heerlijk bevrijdend en verkwikkend een voetbad kan zijn. Toch blijven velen bij hun opvatting dat de letterlijke voetwassing in onze westerse beschaving geen betekenis meer zou hebben en dat wij deze opdracht geestelijk moeten zien. Dat zegt ook dominee J.A Zeilstra van de protestantse Regenboogkerk Hilversum in zijn preek van 13 april 2006: “Jezus wil een leider zijn door te dienen. Want wat is de betekenis van die wonderlijke voetwassing? Ten eerste denk ik aan navolging. Jezus toont Zijn leerlingen een nederige houding. Het is een wijze van voorgaan bedoeld om na te volgen. Heel letterlijk is dat ook gebeurd. Een paar christelijke secten zijn er die letterlijk het wassen van elkaars voeten als een noodzakelijk gebruik in hun liturgie hebben opgenomen. In sommige kerken is het een gebruik speciaal aan de Witte Donderdag verbonden. De paus van Rome wast op Witte Donderdag de mensen om hem heen de voeten. Bij de Benedictijner monniken was het vanouds een daad van gastvrijheid pelgrims en andere gasten de voeten te wassen. Echter, de geestelijke betekenis van de voetwassing stond voor verreweg de meeste christenen in de opdracht tot navolging centraal. Wij hebben ons zo te gedragen ten opzichte van elkaar alsof wij bereid zijn elkaar de voeten te wassen, dat wil zeggen neer te buigen voor een ander, goed te zijn voor een ander, zonder aanzien des persoons.” Deze dominee, die degenen welke de opdracht van Yeshua serieus nemen en daadwerkelijk toepassen, als secten bestempeld, wil ons dus wijsmaken, dat we de voeten niet letterlijk moeten wassen, maar ons ten opzichte van elkaar zo moeten gedragen alsof we bereid waren om de voeten te wassen. We moeten dus doen alsof. Interessant! Helaas sluit ook de rooms-katholieke pastoor H.J. van Ogtrop van de Sint Bavo Kathedraal Haarlem zich in tegenstelling tot zijn eigen geloofsgenoten in dat opzicht bij zijn protestantse collega’s aan, die van mening zijn dat we de handeling die Yeshua destijds verricht heeft, niet behoeven na te volgen: “Soms doen we dat wel eens na, in deze kerk is dat jaren geleden ook geprobeerd maar het komt vreemd over, het ritueel van de voetwassing navolgen is vooral een geestelijke kwestie. Hij is de enige die dat zelf mag voordoen lijkt het wel. Als Hij het doet is het indrukwekkend, als wij het doen niet. Bij deze voetwassing gaat het om een symbolische, samenballende daad van Jesus waarin Hij een toonbeeld stelt voor Zijn leerlingen dat de dienst aan elkaar, de onderlinge solidariteit de kern is en het criterium van het geloven.” Ook hier wordt opnieuw de voetwassing vergeestelijkt. Als laatste in dit rijtje wil ik een fragment citeren uit een preek van dominee A. v.d. Dussen van de Nederlands Gereformeerde Kerk Eindhoven: “Jezus vraagt ons zijn voorbeeld te volgen. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Wat betekent dat? Moet je het letterlijk doen? Men heeft dat zo wel opgevat. Zo waste de keizer van het Habsburgse rijk één maal per jaar de voeten van een onderdaan. De paus doet het ook rond Goede Vrijdag. Maar het is de vraag of het de bedoeling is dat wij de voetwassing kopiëren. Als het voor Jezus een symbool was van zijn zelfovergave tot in de dood, zou het dan voor ons anders en minder zijn? Ook voor ons laat de ultieme liefde, dat wij ons leven zouden geven voor anderen, zich afbeelden in concrete daden. Wij kunnen bijvoorbeeld voor iemand schoenen poetsen. Of die enorme afwas weg werken. Of ... ik wil u vragen daarover na te denken en dat zelf in te vullen.” Weet u, dit vind ik erg verwarrend. Aan de ene kant is het volgens deze dominee nogal zeer de vraag of het wel de bedoeling is dat wij de voetwassing letterlijk moeten doen, maar aan de andere kant verzint hij als alternatief dat we voor elkaar wel de schoenen kunnen poetsen, wat dus in principe op hetzelfde neerkomt. Waar slaat dat nou op? Als we toch al op de knieën gaan om voor iemand de schoenen te poetsen, waarom dan niet gewoon letterlijk doen wat Yeshua ons heeft opgedragen? In een preek van het Diaconaal steunpunt dacht ik eindelijk een positief geluid te horen: “Als Ik, jullie Heer en Meester, jullie voeten heb gewassen, moeten jullie ook elkaars voeten wassen’. Juist vanuit die onderlinge verbondenheid komt op de leerlingen van Jezus de absolute verplichting (!) af om ook elkaars voeten te wassen. ‘Jullie moeten ook elkaars voeten wassen’: het bestaat niet dat volgelingen van Jezus (die hun voeten heeft gewassen) niet elkaars voeten zouden wassen. Volgelingen van Jezus kunnen Hem alleen als hun Heer en Meester beschouwen als ze doen wat Hij ook doet: voetenwassen. Het is typerend voor Jezus. Dat betekent dat je niet vrijblijvend naar die voetwassing door Jezus kunt kijken en luisteren. Dat is de leefregel voor de onderlinge omgang tussen volgelingen van Jezus: elkaars voeten wassen (zoals Jezus gedaan heeft en omdat Jezus dat gedaan heeft). Jezus wil dat Zijn houding van opoffering ook onze houding typeert. Jezelf dienstbaar opstellen. Dat gaat dwars tegen onszelf in. Vanuit onszelf wassen we liever iemands oren dan iemands voeten. Ik weet dat ik soms liever van me af bijt dan dat ik voor iemand door de knieën ga.“ - Tot hier aan toe vertolkt deze predikant op een prachtige en heldere wijze precies waar het om gaat, toch helaas ontkracht hij zijn eerdere uitleg iets verderop met de fatale woorden: “Je hoeft die woorden van Jezus over voetenwassen niet letterlijk te nemen… Dan zou de betekenis van die woorden ook aan onze buitenkant blijven. Ik kan iemands voeten wassen (letterlijk) met een hart van steen. Het moet je houding worden die van binnen zit. Die houding van: iemand respecteren, naar iemand luisteren en voor iemand klaar staan…” Jammer! Ik vind het echt jammer dat hij er zonodig moest vermelden dat we de woorden van Yeshua niet letterlijk moeten nemen.
Hartsgesteldheid zichtbaar
Waarom doet men toch in al deze preken zo voorkomen alsof de geestelijke betekenis een letterlijke toepassing zou uitsluiten? Waarom ‘of-of’ in plaats van ‘en-en’? Wat is er toch op tegen om een innerlijke bewogenheid voor je naaste te koesteren en hem uitnemender te achten dan jezelf en gewoon evengoed ook diens voeten te wassen? In het Jodendom geldt vanouds de regel, dat, wat men van binnen gelooft, ook van buiten zichtbaar moet zijn. Alleen de Eeuwige kan in ons hart kijken, maar Hij wil dat ook onze broeders en zusters onze hartsgesteldheid kunnen zien door onze levenswijze, onze kleding en zeer zeker ook door onze daden van gehoorzaamheid. Yeshua zelf gaf ons het voorbeeld met de bedoeling dat wij zijn voorbeeld zouden uitvoeren met onze daden. In het geval van de voetwassing leggen al de genoemde predikanten echter teveel de nadruk op het woord voorbeeld in vers 15, maar laten de praktische toepassing in vers 14 gemakshalve achterwege. Ik kan mij eerlijk gezegd niet aan de indruk onttrekken, dat het voor sommige gelovigen blijkbaar makkelijker is om hun broeders en zusters te dienen door middel van allerlei vormen van hulpverlening of het toestoppen van geld dan daadwerkelijk voor de ander neer te knielen om letterlijk diens voeten te wassen. Knielen is sowieso al iets wat ik in evangelische en Messiaanse kringen nauwelijks tegenkom, in tegenstelling tot rooms-katholieke en piëtistische. Toch vraag ik mij serieus af wat nu de ware oorzaak is dat de voetwassing in verreweg de meeste christelijke kerken en zelfs Messiaanse gemeenten achterwege is gebleven. Wat is toch de reden waarom gelovigen, en dan met name de leidinggevenden die eigenlijk het goede voorbeeld zouden moeten geven, blijkbaar zo veel moeite hebben om voor hun broeders en zusters neer te knielen om hun voeten in een teiltje te wassen en vervolgens af te drogen? Is het hoogmoed? Om iemand de voeten te kunnen wassen moet men namelijk ook bukken, daar komt men echt niet omheen. Voetwassing is immers een daad van nederigheid en toewijding. Is dat de reden om het toch maar liever niet te doen? Of is het schaamte? Is het een kwestie van cultuur? Dat laatste zeer zeker niet, want de Limburgse paters die het wel doen maken volgens mij deel uit van de zelfde Nederlandse cultuur als de Limburgse dominees en voorgangers die het niet doen. Of is het simpelweg omdat men opziet tegen de rompslomp en bang is dat het een zooitje wordt met al die natte teiltjes in de kerk?
Diverse oorzaken
De samenstellers van de Belgische
website ‘Ontmoeting’ hebben zo hun eigen gedachten over de eventuele redenen
waarom zo velen de voetwassing niet zien zitten: “Dat is een opdracht van Jezus
voor ieder van ons! Geen gemakkelijke opdracht, maar een opdracht die ons in
feite helemaal niet ligt: elkander de voeten wassen... ons nederig gedragen ten
opzichte van de ander, tegenover onze broeders en zusters. Dat volmaakte
voorbeeld van nederigheid, dat Jezus zélf gaf, dát proberen na te volgen! Zoiets lag de apostelen niet en het
ligt ons ook niet. Ik denk, dat Jezus misschien geen moeite mee gehad zou
hebben, om die avond één of meer discipelen te vinden die bereid waren Hém de
voeten te wassen. Dat hadden ze misschien allemaal wel willen doen: de voeten
van hun Meester wassen. Maar elkaars voeten wassen... dat was iets helemaal
anders; dáár waren ze niet voor
te vinden. In feite is dat vandaag de dag nog precies hetzelfde. Velen van ons
zijn wél bereid om zich nederig op te stellen voor Jezus, om zich de minste te
voelen wanneer ze tegenover G’d Zelf staan. Daar heeft iemand, die echt
wedergeboren is, waarschijnlijk weinig moeite mee. Maar zich nederig opstellen
tegenover zijn broeders of zusters, bereid zijn om de in onze ogen mindere
taken en nederige opdrachten op ons te nemen, dat is een heel andere opgave!
Nederigheid en bereidheid om zichzelf te laten reinigen: die twee gaan hand in
hand. We moeten ons vaak in de eerste plaats laten reinigen van onze eigen
hoogmoed en onze eigen pretentie. Dát
is wat Jezus ons die avond door Zijn voorbeeld en door Zijn woorden wilde
duidelijk maken. Maar Hij koppelde er ook een geweldige belofte aan vast: "Indien
gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet." Wat hier allemaal
staat is zeer herkenbaar en zeker waar, maar er is toch nog meer aan de hand.
Volgens John Ritenbaugh van de Kerk van de Grote G’d vindt de wegredenering van
de voetwassing haar oorsprong in een anti-tora-houding: ‘Laat me u iets vertellen
dat voor mij werkelijk verbijsterend is. Dit vond plaats tijdens die
Paschadienst toen Hij Zijn discipelen zei: ‘Ik heb u een voorbeeld gegeven,
opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.’ Denkt u dat de discipelen dat
gewoon terzijde schoven? Dat denk ik niet. Zij wisten dat als Hij sprak, Hij
precies bedoelde wat Hij zei. Zij moesten nadoen wat Hij deed, Hem kopiëren, de
Leider volgen. Ik weet dat de paus eens per jaar naar een gevangenis gaat om
daar de voeten van enkele gevangenen te wassen, en dat is natuurlijk
wereldnieuws. Hoeveel groepen die beweren christen te zijn voeren
feitelijk de voetwassing uit? Dat zijn er niet veel. Weet u hoe ze het
wegredeneren? Zij zeggen dat Jezus geen nieuwe verordening instelde, maar hen
door Zijn handeling van hun de voeten te wassen, leerde, dat zij, Zijn
discipelen, Zijn voorbeeld van nederigheid moesten volgen, maar dat er niet van
hen verlangd werd dat ze het uiterlijke ritueel van de voetwassing zouden
navolgen. Geloof het of niet, hoe ongerijmd de verwerping van de
voetwassing ook is, dit hebben ze gedaan met praktisch alles dat een
oudtestamentische basis heeft!!! Zij gebruiken de volgende alles
omvattende conclusie dat we deze dingen niet meer hoeven te doen, omdat Hij die
dingen deed omdat Hij een Jood was. Met andere woorden Hij hield de sabbat
omdat Hij een Jood was - niet omdat dat G’d behaagde, niet omdat Hij een
voorbeeld gaf aan allen die Hem zouden volgen - maar Hij deed het gewoon omdat
Hij een Jood was. Laat me u een vraag stellen: Zeg me eens wie er volgens
Paulus, in het boek Romeinen, een werkelijke Jood is? Een werkelijke Jood is
iemand die G’d gehoorzaamt, ongeacht van welk ras hij in feite is. Het soort
conclusie waartoe deze mensen betreffende de voetwassing en andere dingen zoals
het houden van de sabbat, zijn gekomen, zou mogelijk alles wat Christus deed en
wat was opgeschreven voor onze onderwijzing, kunnen afschilderen als volslagen
nutteloos, of van zo weinig belang dat de invloed ervan te gering is, zodat het
slechts een niet noemenswaardige invloed op iemands leven en karakter heeft.
Hoeveel duidelijker kan de opdracht om Christus te volgen onder woorden worden
gebracht dan ‘in Zijn voetstappen’? Nog een eenvoudige vraag: Hoe kunnen we
zijn waar Christus is, als we Hem niet volgen, als we niet imiteren wat Hij
onderweg deed?” Ook dit is allemaal waar en herkenbaar, want hoe vaak krijgen
we niet ook in andere geloofskwesties zoals het houden van de Shabat en het eten van kosher
vlees het argument te horen: “Dat hoeven wij allemaal niet te doen, want we
zijn geen Joden” of “dat moet je niet letterlijk nemen, maar geestelijk.” De
creativiteit om allerlei excuses te verzinnen om maar niet te hoeven doen wat
G’d ons heeft opgedragen kent geen grenzen. Ik was daarom bijzonder aangenaam verrast
om eindelijk een stuk te lezen, dat mij helemaal uit het hart gegrepen is. Ik
kwam het toevallig op het discussieforum Refoweb tegen, geschreven door een
anonieme poster met de schuilnaam ‘Schriftgeleerde’: “Christus wil met deze
instelling aangeven dat de voorbereiding van het Heilig Avondmaal wordt
ingeluid met de vernedering van ons allen tegenover elkaar. Als onenigheid,
wrok of juist hoogmoed en hovaardigheid in Christus' gemeente de boventoon
voert, dan moet deze eerst erkend worden en tot belijdend inzicht komen.
Precies zoals Christus aansluit in vers 16 van Johannes 13. Net zoals bij de
discipelen van Christus moest eerst het hart gereinigd worden en was het in die
tijd, maar zeker ook nu weer, van belang dat de mens eerst van zijn voetstuk afkwam
eer hij of zij deel kon hebben aan Christus. Als onze Geest blijvend, zelfs als
christen, gefixeerd blijft op onze o zo weldadige positie in maatschappij en
kerk, dan kunnen wij geen deel hebben aan Christus, omdat dan het risico
ontstaat dat we G’ds wet gaan gebruiken als menselijke geboden en wetten. Als
wij dus Christus niet in hetzelfde voorbeeld van de voetwassing navolgen, dan
hebben we niet alleen geen deel aan Christus, maar ook niet in Hem aan onze
medemens. Vaak weten we dat niet, omdat de ‘kerkregels’ zoiets
uitsluiten of niet van belang vinden. Maar denk hier eens over na! Op basis van
zo'n gedrag menen we wel in Christus te zijn, maar verloochenen we Hem, keer op
keer. Christus leert ons, door de voetwassing dat we dus ook m.b.t. onze plaats
als Christen, geen wereldse aanmatiging moeten toepassen in de kerk, nog
tegenover andere mensen. Zelfs de Christus, de Koning der Koningen vernederde
Zich tot een broeder! Als je op persoonlijke gronden geen deel wilt hebben aan
de voetwassing, dan kan dat maar één reden hebben, denk ik, en dat is dat je er
bewust van bent dat je niet in het reine kunt komen met Christus. Dat je nog
teveel obstakels op je weg hebt, om bepaalde zaken van je af te kunnen zetten.
Maar dat betekent ook dat je in zeker opzicht m.b.t. het doel van de
voetwassing, ook geen deel kunt hebben aan het brood en de wijn. Het is dus
Christus die zegt dat we geen deel hebben aan Hem als we deelnemen aan een
Avondmaal, waarvan we de voorbereiding, de voetwassing overslaan, omdat we dan erkennen
dat we zondaars willen blijven maar tegelijkertijd Christus menen na te kunnen
volgen. Hij zei: ‘Indien ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.’ Dat de
voetwassing uit het Heilig Avondmaal is verdwenen komt hoofdzakelijk omdat
menselijke wetten en geboden de Gerechtigheid van Christus ernstig verstoren en
Zijn Gezag aantasten. Satan viert hierbij de overwinning, want zo heben mensen
geen feitelijk deel aan Zijn Lichaam, terwijl velen denken dat ze dat wel
hebben. Christus vraagt ons in het voorbeeld van Hem, het Heilig Avondmaal
vooraf te laten gaan door de voetwassing. Het is een eis, om te leren inzien
dat we zondigen tegen de Heilige Geest, en Hem verloochenen, als we de
voetwassing nalaten. Immers Christus voegde, door de Heilige Geest, de voetwassing
toe aan het Heilig Avondmaal. Als wij de voetwassing geen voorbereidend deel
aan het Heilig Avondmaal willen laten zijn, dan beroepen wij ons feitelijk op
menselijke wetten en geboden, die ongeestelijk zijn. Omdat Jezus nu aan
het Heilig Avondmaal een Geestelijk aspect heeft toegevoegd, namelijk de
voetwassing, zullen dus weinig mensen waarlijk deel aan Christus hebben omdat
ze menen dat het los staat van dat Heilig Avondmaal, vandaar de
dwalingen! Velen drinken en eten zich dus een oordeel omdat ze, zonder het te
weten, in een zondige staat deel hebben aan het Heilig Avondmaal. Predikanten
mogen zich wel eens afvragen wat zij hun schapen voorhouden!” Ik heb daar
eigenlijk verder niets aan toe te voegen, want wat deze man hier schrijft is
gewoon waar en daarom vormt de voetwassing al vele jaren een integraal
onderdeel van onze Pesachviering op de Sederavond, waarin wij enerzijds herdenken dat de
engel des doods door het
Ik wil deze studie derhalve afsluiten met een
andere tekst van Yochanan over hetzelfde
onderwerp: “Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit
G’d; en een ieder, die liefheeft, is uit G’d geboren en kent G’d. Wie niet
liefheeft, kent G’d niet, want G’d is liefde. Hierin is de liefde G’ds jegens
ons geopenbaard, dat G’d Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld,
opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij G’d
liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft
als een verzoening voor onze zonden. Geliefden, indien G’d ons zo heeft liefgehad,
behoren ook wij elkander lief te hebben. Niemand heeft ooit G’d aanschouwd;
indien wij elkander liefhebben, blijft G’d in ons en zijn liefde is in ons
volmaakt geworden. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem blijven en Hij in
ons, dat Hij ons van zijn Geest gegeven heeft. En wij hebben aanschouwd en
getuigen, dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Heiland der wereld. Al wie
belijdt, dat Yeshua de Zoon van G’d is; G’d blijft in
hem en hij in G’d. En wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die G’d jegens
ons heeft. G’d is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in G’d en G’d
blijft in hem. Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij
vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij
in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft
de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet
volmaakt in de liefde. Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.
Indien iemand zegt: Ik heb G’d lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een
leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook
G’d, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben. En dit gebod hebben wij van
Hem: Wie G’d liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben. Een ieder, die
gelooft, dat Yeshua de Mashiach
is, is uit G’d geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden,
heeft ook degene lief, die uit Hem geboren is. Hieraan onderkennen wij, dat wij
de kinderen G’ds liefhebben, wanneer wij G’d liefhebben en Zijn geboden doen. Want
dit is de liefde G’ds, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn geboden zijn niet
zwaar.” (A ]nxvy
Yochanan alef [1 Johannes] 4:7-5:3). Amen!